Bloedsomploop

Het bloed wordt door de arteriƫle naald via de dialysefistel afgenomen.

Vervolgens wordt het door de bloedpomp naar de dialysator (ook wel kunstnier of bloedfilter genoemd) gepompt via de bloedlijnenset. In deze kunstnier worden de afvalstoffen die ontstaan bij de stofwisseling uit het bloed gefilterd. Vervolgens stroomt het bloed terug naar de vene via het veneuze slangensysteem, de luchtopvanger, die eventuele luchtbelletjes opvangt en de veneuze naald. Dit proces wordt geregeld en gecontroleerd door de dialysemachine. Omdat de bloedsomloop buiten het lichaam plaatsvindt, spreekt men in dit verband ook wel van een extracorporale bloedsomloop. Om te voorkomen dat het bloed in de extracorporale bloedsomloop gaat stollen, worden stollingsremmende medicijnen toegediend zoals bijvoorbeeld heparine.