Diffusie

De overgang van afvalstoffen uit het bloed naar de dialysevloeistof vindt plaats door het concentratieverschil; van een hoge concentratie (het bloed) naar een lage concentratie (het dialysaat).

Dit proces wordt diffusie genoemd. Om het concentratieverschil zo groot mogelijk te houden, stromen de dialysevloeistof en het bloed in tegengestelde richting.

Omdat de uitwisseling van stoffen beter werkt naarmate het uitwisselingsoppervlak groter is, wordt over het algemeen gewerkt met dialysatoren die een oppervlak hebben van 1,2 à 1,6 m2. Zo’n oppervlak wordt het snelst bereikt met een capillaire dialysator. Deze bestaan in de regel uit 10.000 tot 12.000 nauw parallel lopende holle vezels, de zogenaamde capillairen. In deze capillairen stroomt het bloed, daaromheen stroomt de dialysevloeistof.